Rondom Montfort en Sint Maarten

De sterfdag van Sint Maarten is 11 november. Je zou dus kunnen zeggen dat we zijn sterfdag en tevens geboortedag in de geestelijke wereld vieren. 11 november was voor de boeren Nieuwjaarsdag. De pacht werd betaald, de knechten werden betaald en gewisseld, oude werktuigen werden door nieuwe vervangen, de oogst was binnen en een nieuwe cyclus kon beginnen. Buiten op het land werd alles  opgeruimd en werd het afval in een groot vuur verbrand. Binnenshuis waren de voorraadkelders gevuld met de gaven van het jaar. Als in vroegere tijden de eigen oogst niet voldoende was, kreeg je van een ander iets om de winter mee door te kunnen komen: wij komen het hele jaar niet weer. Maarten luidde vroeger het begin van de adventstijd in. De feestdag vormde het begin van de veertig dagen durende adventstijd.

In de christelijke feesten zien we steeds het natuurlijke ritme van 40 dagen/ 6 weken terug. Sinds 1085 begint de adventstijd op de vierde zondag voor Kerstmis. In onze tijd liggen de data van de feestdagen voor deze periode vast. We zingen nog wel van zon, maan en sterren maar houden geen rekening meer met de omlooptijden van de hemellichamen zoals vroeger. Voor het vaststellen van de paasdatum gebeurt dat nog wel. 40 dagen na Kerstmis, op 2 februari vieren we het laatste lichtfeest, Maria Lichtmis. Brengen we met Sint Maarten het licht in de avondschemering van buiten naar binnen in onze lantaarns, bij Maria Lichtmis brengen we bij het ochtendgloren de brandende kaarsresten van de lange donkere tijd naar buiten en laten ze opbranden op plekken, waar het eerste nieuwe leven uit de aarde tevoorschijn komt.

De vieringen in november maken ons ervan bewust dat we binnengaan in de wintertijd. De invallende duisternis in november laat ons in onze huizen naar binnen gaan om in onszelf te keren voor wat komt. Advent betekent immers: dat wat komt. Ook is 11 november het begin van de carnaval. Voor Sint Maarten mogen alle kinderen een suikerbiet, wortel of knol uithollen. Zij komen uit de donkere aarde. De vruchten vertellen ons dat wat door de zon ( warmte-krachten) gerijpt is, geschonken kan worden. Als vroeger de oogst binnen gehaald was, dan werd een laatste biet uitgehold en met een lichtje erin aan de dakrand gehangen als teken dat de winter mocht komen:

Blad aan de bomen op Sint Martijn, dan zal het een strenge winter zijn.

Donkere lucht op Sint Martijn, dan zal het een zachte winter zijn.

Is de lucht op Sint Martijn helder, dan dringt de vorst in menig kelder.

De feestelijke optocht met lampions of uitgeholde knollen is een herinnering aan de vrijgevigheid van Sint Maarten, die warmte en licht schonk aan de mensen in nood. Op 11 november vereren wij in onze liedjes vooral Martinus, we bezingen het delen van zijn mantel bij de poort, maar ook vele natuurlijke gebruiken. Ons bedelend rondgaan langs de huizen heeft in de huidige tijd niets te maken met een noodzakelijke aanvulling op een te geringe wintervoorraad, zoals bij de arme boeren aan de orde was. Toch ligt er aan de rondgang een motief ten grondslag. Het opgroeiende kind en de volwassenen hebben op hun gang door het leven goede gaven, voeding en opvoeding van hun medemensen nodig. We doen onze deuren open en luisteren naar de vragen van de ander. Over en weer stellen we die vragen en zijn zo afwisselend bedelaar én Martinus voor elkaar.
Bron: Sint Maarten – Annelies de Kievit (pdf)

Advertenties